– Een zwart hoopje aarde in een strak groen gazon kan voor veel tuinbezitters reden tot paniek zijn. Maar volgens tuinman Romke van de Kaa uit Dieren maken we ons druk om niks als er mollen opduiken. Sterker nog: wie goed kijkt naar molshopen, ziet geen probleem, maar gratis tuinhulp. Toch heeft hij tips voor wie wél gek wordt van de molshopen.
“Ik vind de drukte over mollen eigenlijk altijd wel overdreven”, zegt Romke. “Maar dit is wel de tijd van het jaar dat ze weer actief worden.”
Zelf kijkt hij in zijn achtertuin uit over tientallen hopen. “Typisch voor deze tijd van het jaar. Maar je hoeft er op zich helemaal niets tegen te doen. Want wat is nou eigenlijk het probleem?”
Een bloemenweide in wording
Romke heeft misschien makkelijk praten, geeft hij toe. ‘Zijn’ molshopen liggen niet in een strak gazon, maar in een bloemenwei, en daar spelen ze een verrassend positieve rol. “Er zijn aardig wat wilde bloemen die zich nou juist in een molshoop willen uitzaaien”, legt hij uit. “De viool en de morgenster, bijvoorbeeld. In gewoon gras verstikt het plantje vaak door het hard groeiende gras, maar in een molshoop is de concurrentie veel minder, en maakt dat zaadje wél kans.”
De mollentelling begint: ‘Ik heb een hekel aan mollen’
Hark erover, klaar
Wie liever een net gazon wil, hoeft dat geen strijd te maken. “Vind je het niet leuk, dan hark je het weg”, zegt Romke.
Milieu Centraal bevestigt dat: door de aarde van een verse molshoop met een hark over het gras te verspreiden, kan het gazon rustig doorgroeien. Eventueel wat graszaad erbij, en je ziet er niets meer van. Ondertussen profiteer je van de mol: hij verbetert de afwatering, stimuleert het bodemleven en eet insecten als emelten en aardrupsen en zelfs jonge muizen.
Toch weren? Dat kan
Wie de mol tóch wil weren, kan maatregelen nemen, maar met een kanttekening. “Een mol heeft een territorium. Als je hem vangt of doodt, blijft er een leeg territorium achter. Dat wordt vaak binnen een week of twee weer bezet. Dweilen met de kraan open dus”, zegt Romke. Hij noemt enkele opties.
Mollen hebben een gevoelige neus en houden niet van sterke geuren zoals ammoniak. Stop je een lap gedrenkt in die stof in de grond, dan schrikt dat mollen af. Een andere effectieve oplossing is zwakstroomdraad. “Dat wordt vaak gelegd voor robotmaaiers. Nu gaat het niet om de maaier, maar om de draad: daar hebben mollen een hekel aan.”
Milieu Centraal noemt ook het ingraven van een mollennet of het aanplanten van bomen en verschillende plantensoorten. Trucjes zoals flessen in de grond om trillingen te veroorzaken zijn minder effectief. Ook sterk ruikende middeltjes uit het tuincentrum werken vaak niet of zijn verboden.
Molshopen zie je overal, tot ergernis van de boer
Eén mol, geen plaag
Veel mensen denken dat meerdere molshopen meerdere mollen betekenen. “Het is er één en het blijft er één”, zegt Romke. “Als je 35 molshopen ziet, is dat meestal het werk van één mol.”
De conclusie van zowel Romke als Milieu Centraal is duidelijk: meestal is er geen plaag, maar een schijnprobleem. Door molshopen te harken, gras langer te laten groeien of een bloemenweide aan te leggen, kun je prima samenleven met de mol. Of, zoals Romke het samenvat: “Maak je vooral niet te druk. Het is een probleem van niks.”








