Minister stapt in tankspuitauto op de Veluwe, brandweer oefent grote natuurbrand

Minister David van Weel bij de natuurbrandoefening. Foto: Omroep Gelderland
Minister David van Weel bij de natuurbrandoefening. Foto: Omroep Gelderland

OTTERLO – Wat als er niet één, maar twee grote natuurbranden ontstaan in onze regio? En wat als het vuur zich zo snel verspreidt dat campings of woningen ontruimd moeten worden? Met die vragen houden veiligheidsregio’s zich bezig na de grote heidebrand vorig jaar in Ede. “We moeten onze inzet beter coördineren”, zegt Hein van der Loo, voorzitter van het Veiligheidsberaad.

Grote focus deze zaterdagochtend bij tientallen brandweermensen uit de regio. Korpsen uit onder meer Otterlo, Oldebroek en Velp zijn uitgerukt voor een grote natuurbrandoefening in Park de Hoge Veluwe. Minister David van Weel is onder de indruk. “Dit zijn echt professionals”, zegt hij, nadat hij mee op pad ging met een tankautospuit die 5000 liter water aan boord had.

'Intenser en heviger'

“Een fantastisch natuurgebied hier”, vervolgt van Weel, die de oefening van dichtbij volgt. “Maar de reden dat we hier zijn is natuurlijk serieuzer. Het gaat vandaag over het bestrijden van natuurbranden, en daar zien we er helaas steeds meer van.”

Natuurbranden zijn volgens Wim Verboom van de Brandweer Gelderland-Midden langduriger, intenser en heviger. “En raken veel meer de bebouwde omgeving dan eerder het geval was. Vorig jaar was het vlamcontact tussen de natuurbrand in Ede en gebouwen maar enkele meters.”

Hij pleit voor een landelijk team dat natuurbranden gaat analyseren en scenario’s kan voorbereiden. “De impact op de omgeving wordt echt veel intenser dan bij de huidige branden. Dan moet je echt grootschalig gaan evacueren om te voorkomen dat er slachtoffers vallen.”

Dit soort zaken kunnen volgens Verboom niet alleen regionaal geregeld worden. “Daar heb je landelijke expertise voor nodig.”

Beter samenwerken

De Veiligheidsregio’s proberen bij de oefening de minister te laten zien dat bovenregionaal samenwerken essentieel is. “Dat kan beter en dat moet ook beter om in de toekomst dit soort nieuwe risico’s van natuurbranden te kunnen beheersen”, zegt Verboom.

Ook wijst hij de minister op de grote verschillen tussen de korpsen. In opleiding, uitrusting en materieel. Zo zijn er op de Veluwe tankautospuiten die rijdend kunnen blussen, maar hebben andere regio’s nog niet zo’n voertuig. “Natuurbrandvoertuigen moeten in onze opinie echt rijdend kunnen bestrijden, om te voorkomen dat ze worden ingesloten door het vuur.”

Dat is precies wat er vorig jaar in Ede bijna gebeurde, een peloton werd bijna ingesloten door de vlammen. De inzittenden kwamen met de schrik vrij. “Als er vliegvuur aanwezig is, waar branden over tientallen meters, soms honderden meters uitbreiden, dan is het levensgevaarlijk om met slangen in de natuur te werken. Dan moet je snel kunnen acteren en snel kunnen wegrijden.”

Een grootschalige natuurbrandoefening. – Foto: Omroep Gelderland

Jaar na natuurbrand in Ede

De minister luisterde aandachtig naar alle wensen én naar de verhalen van de brand van vorig jaar. “Wat ze vooral hebben verteld is hoe snel dat vuur toen ging, en dat vraagt wat anders van brandweermensen. Je hebt te maken met brand die ineens 150 meter over je heen springt en waarbij je snel keuzes moet maken in wat je waar gaat doen.”

Korpsen uit de Veiligheidsregio Midden en de Veiligheidsregio Noord-Oost Gelderland trokken zaterdag samen op tijdens de oefening. Dat de meesten daarvoor wat vroeger uit hun bed moesten dan anders, namen ze voor lief. “Het is een soort familiereünie”, aldus een brandweerman.

'Kijken wat er nodig is'

De minister keerde na een rit in de tankautospuit en diverse gesprekken met brandweerlieden met een hoop nieuwe informatie terug naar Den Haag. “De vraag aan ons, landelijk, is: hebben we de goede regelingen om dit allemaal mogelijk te maken?

De minister gaat binnenkort in gesprek met het Veiligheidsberaad over hoe het verder moet. Extra geld voor materieel of opleidingen kon hij niet toezeggen. “We gaan kijken wat er nodig is en dan gaan we vanuit daar weer verder.”