Column; Met lef en vertrouwen — de gemeentelijke variant van “komt goed”

Alma Veritas Foto: Alma Veritas
Alma Veritas Foto: Alma Veritas

DE STEEG – De gemeente Rheden heeft een nieuw coalitieakkoord: “Met lef en vertrouwen in elkaar.” Een titel die klinkt alsof de gemeente zichzelf zachtjes bij de schouders heeft vastgepakt na een emotionele teamsessie op de Posbank.

En eerlijk: je moet ook lef hebben om anno 2026 een coalitieakkoord te presenteren waarin letterlijk staat dat alles beter, sneller, socialer, groener én eenvoudiger wordt. Dat is bestuurlijk koorddansen op teenslippers.

De nieuwe coalitie — Burgerbelangen, PRO, VVD en CDA — wil vooral “samenwerken”. Dat woord komt zo vaak terug dat je bijna denkt dat de gemeentelijke thesaurus op slot zat. Samenwerken met inwoners. Samenwerken met ondernemers. Samenwerken met organisaties. Als het nog iets vaker in het akkoord had gestaan, hadden de lantarenpalen inspraak gekregen.

De gemeente wil ook “van zorgen voor naar voorkomen van”.

Een prachtige zin. Bijna poëtisch. Een soort beleidsmatige yogahouding. Maar in gewone mensentaal betekent het vooral: we hopen problemen eerder te signaleren omdat achteraf oplossen inmiddels onbetaalbaar is geworden.

Dat zie je overal terug. Meer sociale kracht. Meer vrijwilligers. Meer mantelzorg. Meer initiatieven uit de samenleving. De moderne gemeente lijkt soms op een ouder die langzaam de koelkast leeg eet bij zijn volwassen kinderen: “Jullie zijn toch samenredzaam?

En daar zit meteen iets fascinerends. De overheid trekt zich niet terug — nee nee — ze “faciliteert”. Dat klinkt warmer. Minder alsof je zelf inmiddels het complete buurthuis moet runnen terwijl de gemeente een inspiratiesessie organiseert over burgerparticipatie.

Ook de bureaucratie gaat verdwijnen. Procedures worden eenvoudiger. Vergunningen sneller. Dienstverlening menselijker. Gemeenten beloven dat inmiddels zo vaak dat het bijna cultureel erfgoed begint te worden.

Het is een beetje alsof een snackbar aankondigt dat de friet voortaan écht minder vet wordt. Je knikt vriendelijk, maar diep vanbinnen weet iedereen: we gaan hier gewoon opnieuw teleurgesteld uit een plastic bakje eten.

En dan de woningbouw. Natuurlijk komen er woningen. Véél woningen. Betaalbaar ook. Dat woord “betaalbaar” heeft inmiddels dezelfde betekenis gekregen als “binnenkort” bij de NS: theoretisch geruststellend, praktisch behoorlijk avontuurlijk.

Twee derde betaalbaar, dertig procent sociale huur, bouwen voor de toekomst — het staat allemaal prachtig op papier. Papier is sowieso de natuurlijke habitat van gemeentelijke ambitie. Daar groeien complete woonwijken moeiteloos tussen beleidsvisies en haalbaarheidsonderzoeken.

Ondertussen blijft de Posbank bereikbaar, behalve waar hij niet bereikbaar is, maar wel toegankelijk, tenzij afgesloten. Dat soort zinnen krijg je waarschijnlijk wanneer natuurbeleid wordt geschreven door een commissie waarin zowel wandelaars, wielrenners, automobilisten als een verdwaalde Highland-koe stemrecht hebben.

Wat het akkoord vooral uitstraalt, is bestuurlijk optimisme. Dat heerlijke geloof dat alles oplosbaar is met verbinding, vertrouwen en voldoende participatieavonden in een sporthal met slechte akoestiek.

En misschien is dát wel het meest ambitieuze onderdeel van dit hele akkoord:

de gedachte dat inwoners na vijftien jaar beleidstaal nog steeds enthousiast worden van woorden als integrale aanpak, sociale basis en versnellingsagenda.

Maar goed. We gaan het zien.

Met lef.

Met vertrouwen.

En waarschijnlijk met een externe procesbegeleider die nog even uitlegt hoe we dit samen gaan “duiden in de volle breedte”.

Alma Veritas

(Kritisch met een knipoog)