RHEDEN – De gemeenteraad van Rheden praat regelmatig over wonen, bouwen, duurzaamheid en de toekomst van onze dorpen. Allemaal belangrijke onderwerpen. Maar ondertussen hebben we ook inwoners die zich daar niets van aantrekken.
Ze komen niet inspreken.
Ze dienen geen zienswijze in.
Ze betalen geen OZB.
Ze wonen gewoon onder een dakpan.
Wie heeft hier eigenlijk de sleutel?
Wie de ontwikkelingen rond Oud Rhederhof kent, weet dat bouwen in Rheden soms een kwestie van heel lange adem is. Het oude pand staat al jaren leeg. Lang genoeg blijkbaar om nieuwe bewoners te krijgen.
Vleermuizen.
En als die er eenmaal zitten, wordt het ineens ingewikkeld.
Want de sloop kan niet zomaar beginnen. Eerst moet worden onderzocht welke beschermde dieren aanwezig zijn. Zijn de vleermuizen er nog? Waar zitten ze? Zijn ze inmiddels verhuisd? Kunnen ze ergens anders terecht?
De natuur blijkt soms een behoorlijk ingewikkelde huisbaas.
Nogmaals: beschermde dieren moeten beschermd worden. Daar valt weinig tegenin te brengen. We hebben lang genoeg een samenleving gehad waarin natuur vooral iets was wat je tegenkwam nadat de bulldozer was geweest.
Maar de slinger kan ook doorschieten.
Want als je iets aan je huis wilt veranderen, slopen, renoveren of isoleren, moet je tegenwoordig eerst kijken wie er misschien al woont.
Vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, steenmarters en nog veel meer soorten hebben inmiddels hun eigen beschermingsregels.
Voor een particulier is dat nogal wat.
Je wilt je dak isoleren en ontdekt dat je eerst moet uitzoeken of je dak juridisch gezien nog wel helemaal van jou is.
De natuur heeft zich namelijk niet ingeschreven bij de gemeente, maar kan wel degelijk rechten hebben.
En dan is er de steenmarter.
Die komt niet op de koffie, maar gewoon op zolder.
Hij kan voor behoorlijke overlast zorgen en is ook niet vies van een stukje auto. Maar hem zomaar vangen en ergens anders neerzetten? Dat mag niet.
De gemeente Rheden heeft daar overigens een opmerkelijke suggestie voor: zet een radio aan, liefst op een praatprogramma.
Ik vind dat een prachtige Nederlandse oplossing.
De steenmarter mag niet worden verwijderd, maar misschien kunnen we hem overtuigen.
Waarschijnlijk is hij na tien minuten politieke duiding zelf ook weg.
Maar dan kijk je in Velp naar Beekhuizen.
Daar wordt eveneens zorgvuldig naar flora en fauna gekeken. Er zijn onderzoeken gedaan en er zijn voorwaarden verbonden aan de ontwikkeling.
Tegelijkertijd komt daar wel een flinke recreatieve ontwikkeling in een bosrijke omgeving, met tientallen verblijfsaccommodaties en een restaurant.
En dan denk ik toch: hoe werkt dat eigenlijk met al die dieren?
Want die vleermuis van Rhederhof moeten we bijna persoonlijk begeleiden naar zijn nieuwe woning.
Maar een heel bosgebied krijgt straks wel te maken met bouwmachines, verkeer, verlichting, mensen, geluid en een restaurant waar straks waarschijnlijk niemand een muis op zolder wil hebben.
Dat is toch een interessante tegenstelling.
Hoeveel overlast kan de natuur eigenlijk hebben voordat we gaan zeggen dat het te veel wordt?
En waar blijft het dier dat niet in een quickscan stond omdat het toevallig op dat moment ergens anders zat?
Een dier houdt namelijk geen spreekuur.
Een vleermuis denkt niet: dinsdagavond zeven uur, tijd voor de ecologische inventarisatie.
Een ree leest geen bestemmingsplan.
En een steenmarter heeft vermoedelijk nog nooit van Natura 2000 gehoord.
De natuur gaat gewoon haar gang.
Waar het rustig is, gaan dieren zitten.
Waar voedsel is, komen ze.
Waar een gebouw leegstaat, trekken ze in.
En waar gebouwd wordt, zoeken ze weer een andere plek.
Dat is natuur.
En juist daarom vind ik het soms zo merkwaardig dat wij proberen ieder onderdeel ervan tot op de vierkante meter vast te leggen.
We brengen steeds meer in kaart.
Welke soorten zijn aanwezig?
Waar zitten ze?
Wanneer vliegen ze?
Wanneer broeden ze?
Waar kunnen ze naartoe?
Allemaal met de beste bedoelingen.
Maar wat eenmaal in kaart is gebracht, wordt beleid. Wat beleid wordt, krijgt regels. En regels krijgen procedures.
Zo ontstaat een merkwaardige vorm van vooruitgang: we weten steeds meer, maar kunnen soms steeds minder.
En ondertussen staat de particulier beneden met zijn rapport.
De projectontwikkelaar met zijn vergunning.
De gemeente met haar regels.
De provincie met haar bevoegdheden.
En boven ons hoofd hangt de vleermuis.
Die heeft nergens om gevraagd.
Die woont er gewoon.
Een dorp moet kunnen veranderen.
Huizen moeten kunnen worden onderhouden en verduurzaamd. Oude gebouwen moeten soms worden gesloopt. Er moeten woningen bij komen. En blijkbaar willen we ook recreëren in onze mooie natuur.
Dat laatste mag je van mij best kritisch bekijken.
Niet omdat recreatie verboden moet worden.
Maar omdat je je af en toe mag afvragen waar de grens ligt.
Als we zo voorzichtig zijn met één vleermuis onder één dakpan, hoe voorzichtig moeten we dan zijn met een heel natuurgebied waar ineens veel meer mensen, auto’s, licht en geluid komen?
Dat lijkt mij geen rare vraag.
Dat lijkt mij juist de vraag die je moet blijven stellen.
Want ergens tussen de vleermuis, de steenmarter, het ecologische rapport, de quickscan en de volgende vergunning dreigt iets uit beeld te raken: dat regels er uiteindelijk zijn om het leven mogelijk te maken.
Niet om het stil te zetten.
De natuur heeft geen gemeenteraad nodig.
Geen vergunningencommissie.
Geen inspraakavond.
De natuur zoekt gewoon een plek.
Misschien moeten wij daar af en toe wat meer van leren.
Of op z’n minst zorgen dat we niet zo druk zijn met het beschermen van één dakpan, terwijl we ondertussen een heel gebied opnieuw aan het inrichten zijn.
De vleermuis zal het allemaal een zorg zijn.
Die hangt ondersteboven.
Wij staan ernaast.
Alma Veritas
(Kritisch met een knipoog)










