RHEDEN – Harderwijkerweg, Oranjeweg, Hoofdstraat, Diepesteeg. Gewoon dorpswegen, zou je zeggen. Tot het verkeer op gang komt en blijkt dat sommigen er een heel andere bestemming aan geven: de start van de Dorps Grand Prix.
De Dorps Grand Prix
Er is in onze gemeente een sportevenement dat geen vergunning, inschrijfgeld of startnummer nodig heeft. Iedereen mag meedoen. Sterker nog: sommige deelnemers lijken ervan uit te gaan dat ze móéten meedoen.
Welkom bij de Dorps Grand Prix.
Het parcours ligt gewoon tussen de huizen. Geparkeerde auto’s langs de kant, fietsers op de weg, voetgangers die ergens naartoe willen en zo nu en dan een container die half op het asfalt staat. Een soort chicane, maar dan zonder dat iemand erom gevraagd heeft.
En het mooie is: de wedstrijd begint niet pas als het rustig wordt.
Juist overdag, als het dorp vol verkeer zit, komt er leven in de brouwerij. Vanaf een terras kun je het allemaal prachtig aanschouwen. Auto’s die optrekken, inhalen, bumperkleven en alvast met de claxon communiceren met degene die voor hen rijdt.
Die rijdt namelijk niet snel genoeg.
Dat is op zichzelf al een interessant verschijnsel. Je rijdt de toegestane snelheid, maar blijkbaar ben je daarmee toch de langzaamste persoon van het dorp. Achter je verschijnt een auto die steeds iets dichterbij komt. Alsof de bestuurder denkt dat extra weinig ruimte vanzelf voor extra snelheid zorgt.
En dan is er de claxon.
Drie seconden wachten bij een oversteekplaats? Toeteren.
Iemand die even aarzelt? Toeteren.
Een auto die niet onmiddellijk vertrekt zodra het licht op groen springt? Je raadt het al.
Een kleine akoestische herinnering dat de heer of mevrouw achter het stuur vandaag toch echt een schema heeft.
Voorrang is ook zo’n mooi begrip. Juridisch een regel. In de praktijk soms bijna een persoonlijkheidskenmerk.
“Ik heb voorrang.”
En daarmee is blijkbaar de discussie gesloten.
Een klein gaatje tussen twee verkeersdeelnemers wordt dan niet gezien als een reden om even te wachten, maar als een uitnodiging. Hop, gas erop. De ander remt wel. Die ander heeft immers ook remmen. Een wonderlijk systeem waarin het recht op voorrang blijkbaar wordt aangevuld met het recht om de ander het uit te laten zoeken.
Op de fiets kan het trouwens net zo vrolijk.
Even oversteken zonder te kijken. Geen hand uitsteken. Gewoon gaan en erop vertrouwen dat de automobilist het wel oplost. Dat is geen verkeersstrategie, maar het wordt soms wel met bewonderenswaardige overtuiging uitgevoerd.
En dan de wielrenners.
De lokale Tour de France.
In groepjes, strak tempo, helm op en vooral geen zin om snelheid te verliezen. Als er iemand in de weg rijdt, is dat vooral jammer voor die ander. Voorrang hebben ze niet altijd, maar hun snelheid en houding kunnen je soms doen vermoeden dat ze een geheel eigen verkeerswetboek bij zich hebben.
De fatbike doet ondertussen gewoon mee aan de vrije categorie. Tussendoor, links, rechts, tussen twee auto’s door, daar waar volgens normale meetkunde eigenlijk geen ruimte is. Een verkeersdeelnemer wordt daarbij niet zozeer gezien als obstakel, maar als onderdeel van het parcours.
En zodra het donker wordt, krijgen we een extra discipline: verdwijnende fietsers.
Geen licht, nauwelijks zichtbaar, maar wel vrolijk doorfietsen. Alsof gezien worden een optionele voorziening is. “Ik zie jou” lijkt dan voldoende bewijs voor “jij ziet mij ook”.
Ondertussen gaat het gewone dorpsleven gewoon door. Kinderen fietsen. Mensen steken over. Auto’s staan geparkeerd. Een wandelaar maakt een onverwachte beweging. Een container staat half op de weg.
Allemaal hinderlijke omstandigheden voor iemand die eigenlijk gewoon door wil.
Want dat is misschien wel het wonderlijke aan de Dorps Grand Prix: niemand heeft officieel haast.
Toch gedraagt bijna iedereen zich alsof er ergens aan het einde van de straat een finishvlag wordt binnengehaald.
En de prijs?
Die wordt niet uitgereikt.
Maar sommige deelnemers rijden alsof hij wel degelijk bestaat.
Alma Veritas
( kritisch met een knipoog)



















