DE STEEG – Rheden rekende met verkeerde cijfers, maar er wordt nog niemand verantwoordelijk gehouden. Het college erkent wel fouten in de begroting, moet het verwachte resultaat met miljoenen naar beneden bijstellen en komt terug op de aangekondigde stijging van de afvalstoffenheffing. Toch staat nergens wie de fout had moeten ontdekken. Ook een concrete verantwoordelijke of een maatregel tegen de verantwoordelijken ontbreekt.
De gemeente Rheden heeft een pijnlijke fout ontdekt in de programmabegroting voor 2027. De verwachte inkomsten uit de rioolheffing waren veel te hoog geraamd, bij de afvalbegroting ontbraken kosten en opbrengsten en informatie over de nieuwe afvalinzamelaar Circulus was niet volledig verwerkt. Het gevolg: de begroting voor 2027 verslechtert met 1,82 miljoen euro.
Waar de gemeente aanvankelijk rekende op een overschot van 412.000 euro, staat nu een tekort van 538.000 euro. Dat blijkt uit de raadsinformatiebrief van 27 oktober. De gemeenteraad werd eerder, op 14 oktober, al over het probleem geïnformeerd.
Wie is hiervoor verantwoordelijk?
Dat is de belangrijkste vraag die na het lezen van de stukken blijft liggen. Het college legt uit hoe de fout is ontstaan, maar wijst geen individuele verantwoordelijke aan. Ook wordt niet duidelijk wie de berekeningen heeft gemaakt, wie de cijfers heeft gecontroleerd en wie uiteindelijk groen licht heeft gegeven voor de begroting.
Volgens het college zijn de kapitaallasten van het bijgewerkte Meerjarig Investeringsplan correct verwerkt. De bijbehorende aanpassing van de inkomsten uit afval en riolering is echter niet tijdig uitgevoerd. Daarnaast zijn bij afval niet alle kosten opgenomen en is informatie over Circulus niet volledig in de begroting verwerkt.
Dat roept een reeks vragen op. Welke medewerker of afdeling was verantwoordelijk voor deze werkzaamheden? Welke controle heeft plaatsgevonden voordat de begroting naar de raad ging? En waarom zijn de ontbrekende bedragen toen niet opgevallen? De stukken geven op die vragen geen antwoord.
College is bestuurlijk verantwoordelijk
De politieke verantwoordelijkheid ligt in ieder geval niet uitsluitend bij een onbekende medewerker. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Ook de financiële informatie die het college aan de gemeenteraad verstrekt, valt onder die bestuurlijke verantwoordelijkheid. De gemeente beschrijft die gezamenlijke verantwoordelijkheid ook op haar eigen website.
Dat betekent niet automatisch dat één wethouder persoonlijk schuld heeft aan de rekenfout. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wie welke werkzaamheden en controles heeft uitgevoerd. Wel is duidelijk dat de fout onder verantwoordelijkheid van het college is ontstaan en dat het college de raad nu over het herstel moet informeren.
Drie wethouders
Wethouder Alwin van Engelenburg is portefeuillehouder voor financiën en bedrijfsvoering. Daarmee ligt het voor de hand hem te vragen hoe de financiële controle is georganiseerd en waarom deze fout niet eerder aan het licht kwam. Wethouder Ronald ter Hoeven heeft riolering in zijn portefeuille en wethouder Paul Hofman is verantwoordelijk voor afval en grondstoffen. Ook hun rol bij de betrokken begrotingsposten moet worden opgehelderd.
Dat is geen bewijs dat een van deze wethouders persoonlijk een fout heeft gemaakt. Het zijn wel de bestuurders aan wie de raad uitleg moet vragen over de onderdelen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
Wie controleerde de cijfers?
De gemeente schrijft dat zij de afgelopen weken een uitgebreid onderzoek heeft uitgevoerd, inclusief een externe second opinion. Die tweede beoordeling heeft geholpen de fouten en de gevolgen in kaart te brengen. Maar de vraag is waarom dat onderzoek pas nodig was nadat de begroting al aan de gemeenteraad was voorgelegd.
In de raadsinformatiebrief staat dat de gemeente de financiële functie juist wil versterken om meer rust en inzicht in het begrotingsproces te krijgen. Naar aanleiding van de fout belooft het college strenger te controleren of gemaakte afspraken worden uitgevoerd.
Ook moet een wijziging van de kapitaallasten voortaan direct worden verwerkt in de berekening van de kostendekkendheid. Dat zijn maatregelen voor de toekomst. De stukken vertellen echter niet welke bestaande controles er waren, wie die uitvoerde en waarom die controles onvoldoende waren.
Ook blijkt niet dat de externe second opinion onderzoek heeft gedaan naar de persoonlijke verantwoordelijkheid van medewerkers of bestuurders. De gemeente noemt de uitkomsten en aanbevelingen, maar geeft geen overzicht van de controles die eerder zijn uitgevoerd.
De gemeenteraad moet daarom niet alleen genoegen nemen met een uitleg over de fout. Ook moet duidelijk worden hoe de fout door de bestaande controles kon komen.
Afvalstoffenheffing: eerst 20 procent, nu 8 procent
Een van de meest opvallende gevolgen raakt rechtstreeks de inwoners. In de oorspronkelijke begroting stond een voorgestelde stijging van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht met 20 procent. Dat percentage kan volgens het college worden teruggebracht naar 8 procent.
Bij de berekening was geen rekening gehouden met 467.000 euro aan geraamde opbrengsten uit recycle en grofvuil. Daarnaast was de informatie over de kostenontwikkeling van Circulus niet volledig verwerkt.
De totale kosten van afval bedragen voor 2027 volgens de aangepaste berekening ongeveer 6,82 miljoen euro. Daarvan moet ongeveer 6,35 miljoen euro worden gedekt via de heffing, nadat de opbrengsten uit recycle en grofvuil zijn afgetrokken.
De gemeente rekent erop dat daarvoor 468.000 euro meer nodig is dan in 2026. Dat komt neer op een tariefstijging van ongeveer 8 procent.
De vraag is hoe een berekening die uitkwam op een verhoging van 20 procent door de controle kon komen, terwijl de gemeente nu zelf vaststelt dat een groot deel van de benodigde berekening niet compleet was.
Voor inwoners maakt dat verschil veel uit. Een tariefstijging van 20 procent is fors. Dat het voorstel nu op 8 procent uitkomt, is een verlichting van de lasten. Maar het roept tegelijkertijd vragen op over de betrouwbaarheid van de eerdere cijfers.
De verhoging van 8 procent is bovendien nog een voorstel. De gemeenteraad moet de begroting en de bijbehorende tarieven nog behandelen.
Miljoenen aan inkomsten bij riolering verkeerd geraamd
Ook bij de rioolheffing ging het mis. Voor 2027 was een opbrengst van 7,73 miljoen euro geraamd. Volgens de herziene berekening is bij de voorgestelde tariefstijging van 3 procent een opbrengst van ongeveer 5,90 miljoen euro nodig.
Het verschil bedraagt 1,83 miljoen euro. Dat is de grootste afzonderlijke correctie in de begroting voor 2027.
Volgens de gemeente komt dit doordat investeringen later plaatsvinden dan eerder was ingeschat. Daardoor vallen de kapitaallasten in de eerste jaren lager uit en zijn ook minder inkomsten nodig om die kosten te dekken. De voorgestelde stijging van de rioolheffing blijft daarom 3 procent.
Het gaat dus niet om een bedrag dat de gemeente plotseling moet betalen. Het gaat om een verkeerde verwerking van de verwachte kosten en inkomsten in de begroting. Dat onderscheid is belangrijk, maar maakt de fout niet minder relevant.
Een begroting moet juist duidelijk maken welke inkomsten en uitgaven de gemeente verwacht. De raad kan zijn controlerende taak alleen goed uitvoeren als die cijfers betrouwbaar zijn.
Tekort in 2027, maar geen directe ingreep
Het college stelt dat er op dit moment geen directe maatregelen nodig zijn vanwege het provinciale toezicht. Dat komt doordat de begrotingssaldi voor 2028, 2029 en 2030 volgens de nieuwe berekeningen positief blijven.
In 2028 verwacht Rheden nog een overschot van 96.000 euro. Dat loopt op naar 449.000 euro in 2029 en 1,214 miljoen euro in 2030.
Dat betekent niet dat het tekort van 538.000 euro in 2027 is opgelost. Het college wil de financiële gevolgen verwerken in de eerste bestuursrapportage van 2027 en zegt iedere gelegenheid te willen aangrijpen om het tekort weg te werken.
Voor de jaren 2028 tot en met 2030 worden de gevolgen meegenomen bij de voorbereiding van de kadernota 2028. De gemeente heeft dus nog geen concrete oplossing gepresenteerd waarmee het tekort voor 2027 volledig wordt gedekt. Dat verdient aandacht, zeker omdat de raad de begroting al op 3 november behandelt. Mogelijk wordt dit nu uitgesteld.
Moet iemand aftreden?
Op basis van de beschikbare stukken kan niet worden vastgesteld dat een bepaalde ambtenaar of bestuurder persoonlijk verantwoordelijk is voor de fout. Er is ook geen informatie waaruit blijkt dat iemand bewust verkeerde cijfers heeft aangeleverd of controles heeft overgeslagen.
Daarom is het te vroeg om te concluderen dat een wethouder of ambtenaar moet vertrekken.
Dat betekent niet dat de kwestie zonder gevolgen hoeft te blijven. Als uit onderzoek blijkt dat iemand zijn of haar verantwoordelijkheden ernstig heeft verzaakt, moet het college uitleggen welke consequenties daaraan worden verbonden. Als de controle als geheel niet goed heeft gewerkt, moet duidelijk worden wie dat systeem moet herstellen en wie daarop toezicht houdt.
Voor de wethouder financiën ligt er in ieder geval een duidelijke opdracht om uit te leggen hoe de financiële controle is ingericht en waarom deze fouten niet eerder zijn ontdekt. De betrokken portefeuillehouders voor afval en riolering moeten inzicht geven in de verwerking van hun begrotingsposten.
De gemeenteraad kan vervolgens beoordelen of de uitleg en de maatregelen voldoende zijn. Het is aan de raad om het college ter verantwoording te roepen en zo nodig politieke consequenties te verbinden aan de uitkomsten.
De raad moet meer vragen dan alleen om nieuwe cijfers
De begroting staat gepland voor behandeling op dinsdag 3 november. De raad heeft daardoor kort de tijd om de nieuwe cijfers te beoordelen.
Het college erkent dat de timing ongelukkig is en betreurt dat. Ook zegt het dat de nadelige correctie sowieso zou hebben plaatsgevonden, zelfs als de fout eerder was ontdekt.
Maar daarmee is niet alles gezegd. De raad kreeg aanvankelijk een begroting waarin de inkomsten en uitgaven niet goed op elkaar aansloten. Pas later werd duidelijk dat het financiële beeld moest worden aangepast.
De gemeenteraad moet daarom antwoorden eisen op vijf concrete vragen:
•Wie heeft de oorspronkelijke berekeningen gemaakt en wie heeft deze gecontroleerd?
•Welke interne controles zijn uitgevoerd voordat de begroting naar de raad werd gestuurd?
•Waarom zijn de ontbrekende kosten en opbrengsten bij afval en de te hoge raming van de rioolinkomsten niet eerder ontdekt?
•Wie is verantwoordelijk voor het herstellen van de controle en wanneer kan de raad de resultaten daarvan verwachten?
•Welke maatregelen volgen als blijkt dat bestaande afspraken of controles niet zijn nagekomen?
Conclusie: fout hersteld, verantwoordelijkheid nog niet opgehelderd
De gemeente Rheden heeft de financiële fout onderzocht en de begroting opnieuw doorgerekend. Daarmee is duidelijker geworden wat de gevolgen zijn voor de komende jaren en waarom de voorgestelde stijging van de afvalstoffenheffing lager kan uitvallen.
Maar de bestuurlijke vragen zijn nog niet beantwoord. De stukken benoemen de oorzaken, maar maken niet duidelijk wie de berekeningen heeft gecontroleerd, wie verantwoordelijk was voor de ontbrekende verwerking en waarom het bestaande controlesysteem niet heeft gewerkt.
Het college belooft de financiële organisatie te verbeteren. De gemeenteraad moet nu beoordelen of die belofte voldoende concreet is en of er onafhankelijk inzicht nodig is in de gang van zaken.
Want een begroting is niet zomaar een stapel cijfers. Het is de basis waarop de gemeenteraad beslist over miljoenen euro’s aan gemeenschapsgeld. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat die cijfers zorgvuldig worden opgesteld én gecontroleerd.










