ARNHEM – Het was woensdag stil in de rechtszaal in Arnhem. Zes nabestaanden van de omgebrachte Alex Wiegmink uit Drempt, het slachtoffer van de Posbankmoord bij Rheden, hielden emotionele betogen.

‘In één klap was ik mijn man kwijt en was ik weduwe’, zegt Greet Wiegmink. ‘Dat hoort niet bij mij, dat hoort bij oude mensen.’

Ze vertelde dat ze zelf ook drie maanden verdachte is geweest. ‘Alles werd uitgeplozen door de recherche, niets was meer van mezelf. Hoeveel stress had ik wel niet, elke keer als de recherche belde over een nieuw spoor.’

Ze had graag gezien dat Alex’ moeder nog zou horen wat er met haar zoon is gebeurd, maar zij overleed in 2009. ‘Bijna 14 jaar hielden ze hun mond, hoe konden ze! En dan nu met een brief komen dat het ze spijt. En dat alles alleen maar voor een auto.’

De drie zonen zeiden dat ze hun vader missen bij belangrijke momenten, maar ook om een keer te sporten of een biertje te drinken. Ook missen ze hem voor een ‘schop onder de kont’. Zoon Freek zei dat ze een meester werden in het om de tuin leiden van psychologen en het geven van gewenste antwoorden.

Broer Leo liet zijn slachtofferverklaring door de rechter voorlezen. ‘Spijt? Dat bestaat niet. Iemand vermoorden om zijn auto, dan kun je alleen maar gewetenloos zijn.’

Tot slot kwam de oudste broer van Alex aan het woord, Peter. ‘Ik werd tegen wil en dank de woordvoerder van de familie.’

Hij zei dat hij en zijn moeder zich vaak hebben afgevraagd of Alex wel dood was toen de auto in de brand werd gestoken. Alex was sterk, zette in zijn eentje een steiger neer als hij ergens een huis moest schilderen. ‘Als een leeuwin voor haar welpen vecht, zo moet hij hebben gevochten. Maar een blauw oog en een schop onder de kont hebben jullie ingeruild voor een kogel.’

Peter zei dat hij en zijn moeder zich vaak hebben afgevraagd of Alex geleden heeft. Hij riep hard naar de verdachten: ‘Hé Frank, hé Souris, weten jullie moeders wat jullie Alex hebben aangedaan?’