ARNHEM – Frank S., de 57-jarige Brabander die samen met medeverdachte Souris R. (44) is veroordeeld voor de gewelddadige dood van Alex Wiegmink in 2003, hoopt in hoger beroep dat zijn bekentenis wordt geloofd. 

In november 2016 biechtte hij na jaren stilzwijgen op dat hij betrokken is bij de gewelddadige dood van Wiegmink. Maar in het vonnis gaf de rechter aan niet zijn volledige verhaal te geloven. Dat steekt Frank S.. Hij wil het gerechtshof overtuigen dat hij niets verzwegen heeft.

Frank S. had eerder aangegeven zich bij zijn straf te zullen neerleggen, maar vlak nadat de rechter hem tot 14 jaar cel veroordeelt, gaat hij toch in hoger beroep.

De Brabander baalt dat de rechter in het midden laat wie het eerlijke verhaal vertelt: het verhaal dat hij uit eigen beweging is gaan vertellen op het politiebureau, nadat er in november 2016 opnieuw aandacht voor de zaak kwam op tv, of het verhaal dat zijn medeverdachte Souris R. tegen undercoveragenten heeft verteld.

  • De 44-jarige Alex Wiegmink gaat op 20 januari 2003 zijn gebruikelijke rondje hardlopen op de Posbank, een natuurgebied bij Rheden. Wanneer hij niet thuiskomt, slaat zijn vrouw alarm. Een paar uur later wordt zijn auto, een groene Opel Omega, uitgebrand in het Brabantse Erp gevonden. De politie doet een gruwelijke ontdekking: achterin de auto ligt het verkoolde lichaam van Wiegmink. Hij is op de Posbank vermoord. De zaak blijft jarenlang opgelost, tot in november 2016 de zaak opnieuw op tv komt. Op dat moment loopt er al een undercoveractie tegen Souris R., die in de waan wordt gelaten dat hij bij een xtc-bende veel geld kan verdienen als hij zijn oude daden opbiecht.

‘Over de aard van het gepleegde misdrijf, het motief om te gaan schieten, lopen de verklaringen uiteen,’ schrijft de rechter in het vonnis. ‘De rechtbank hoeft echter niet uit een van de twee scenario’s te kiezen.’ Dat steekt Frank S., zegt zijn advocaat Fébe Schoolderman.

Ook het feit dat de rechter zegt dat de verklaring van Souris R. ‘vragen oproept die hij niet voldoende heeft beantwoord’, zet kwaad bloed bij hem. Schoolderman: ‘Ik heb het idee dat mijn cliënt op alle vragen zo goed mogelijk heeft geantwoord. Het verbaast me dat de rechter dan zegt dat niet alles duidelijk is.’

Rechter kiest niet

Wat Schoolderman nog meer verbaast, is het feit dat de rechter anders dan de officier van justitie ‘gekwalificeerde doodslag’ bewezen achtte. Het verschil met doodslag is dat er dan een misdrijf aan vooraf moet zijn gegaan.

De officier van justitie geloofde Frank S. in zijn verklaring dat hij in een opwelling of uit paniek op Wiegmink had geschoten. De rechter vond echter dat er genoeg bewijs was dat de twee Brabanders Wiegmink doodschoten om zijn auto te stelen of omdat ze betrapt waren bij een drugsdeal. Schoolderman: ‘De rechter zegt: het zou zo kunnen, maar het zou ook zo kunnen. Dat kan juridisch niet.’