Column: Gemeentefusies met een knipoog, maar zonder stemhokje?

Alma Veritas Foto: Alma Veritas
Alma Veritas Foto: Alma Veritas

RHEDEN / BRUMMEN / ROZENDAAL – Column: Gemeentefusies zijn een beetje als verhuizingen waar je zelf niet voor hebt getekend: ineens staat er iemand in je straat met een meetlint, een begroting en het woord “schaalvoordeel” in de mond, en voor je het weet wordt er gesproken over een nieuwe gezamenlijke toekomst alsof het om een gedeelde wasmachine gaat.

In onze regio gebeurt het ook weer. Onze gemeente Rheden snuffelt voorzichtig aan gemeente Brummen, terwijl Brummen minstens zo nieuwsgierig terug snuffelt aan Rheden. Bestuurlijk flirten noemen ze dat waarschijnlijk niet officieel, maar het komt aardig in de buurt. Eerst voorzichtig kennismaken, daarna samen koffie drinken, vervolgens kijken of de families bij elkaar passen en voor je het weet zit je samen bij de notaris terwijl niemand nog precies weet wie er eigenlijk verkering heeft gevraagd.

En ergens in de coulissen kijkt gemeente Rozendaal mee. Rozendaal, dat jarenlang met de trotse houding van een zelfstandige kat op een vensterbank zat: “Wij redden ons prima alleen.” Tot de financiële cijfers ineens begonnen te klinken als een rookmelder om drie uur ’s nachts. En rode cijfers hebben een bijzondere eigenschap: ze komen nooit alleen op bezoek, ze nemen meteen een verhuisdoos vol bestuurlijke oplossingen mee.

En dus komt het woord weer op tafel dat in raadszalen klinkt alsof iemand een vergeelde map uit een archiefkast trekt: fusie.

Groter worden. Efficiënter werken. Bestuurskracht versterken.

Het klinkt allemaal alsof gemeenten een abonnement hebben genomen op de bestuurlijke sportschool en na drie keer spinning roepen: “Volgens mij zijn we klaar voor de Champions League van de overheid.”

Ondertussen schuiven de PowerPoint-dia’s voorbij, verschijnen er pijlen, plusjes en toekomstscenario’s, en wordt er gesproken over synergie, schaalgrootte en robuust bestuur. Woorden die meestal betekenen dat iemand heel enthousiast iets uitlegt waar de gemiddelde inwoner eerst een woordenboek en daarna een aspirine voor nodig heeft.

Want het gaat niet alleen over begrotingen en organisatieplaatjes. Het gaat over identiteit. Over het gevoel van “wij van hier“. Over dorpen, verenigingen, tradities en dat onverklaarbare gevoel dat een gemeente soms meer familie is dan bestuurslaag.

En ondertussen kijkt Rozendaal nog steeds om zich heen. Een knipoog richting Rheden, een blik richting Arnhem, een beetje zoals iemand op een feestje die zegt: “Ik ben nog nergens mee naar huis hoor, ik kijk alleen even rond.”

Maar ergens tussen alle onderzoeken, participatietrajecten, inwonersavonden, verkenningen, vervolgverkenningen en waarschijnlijk binnenkort een verkenning van de verkenningen, blijft één vraag hardnekkig rondlopen als een verdwaalde wandelaar op de Posbank:

Wat willen de inwoners eigenlijk zelf?

Want natuurlijk moeten er onderzoeken komen. Natuurlijk moet je de gevolgen kennen. Natuurlijk moeten inwoners meepraten en meedenken.

Maar meepraten is iets anders dan meebeslissen.

En juist daar begint het woord referendum ineens ongemakkelijk in de raadszaal rond te zweven.

Niet omdat het ingewikkeld is.

Maar juist omdat het zo eenvoudig is.

Gewoon een stemhokje.

Gewoon een vraag.

Wilt u dit?

Ja of nee?

Gek genoeg blijkt dat soms ingewikkelder dan een herindelingsadvies van honderden pagina’s.

In Weesp mochten inwoners zich in 2018 uitspreken over hun bestuurlijke toekomst en de mogelijke aansluiting bij Amsterdam. Het referendum voorkwam de discussie niet, maar gaf uiteindelijk wel iets wat geen beleidsrapport ooit kan produceren: draagvlak dat niet uit een vergaderzaal kwam, maar uit een stemhokje.

Dus waarom zouden inwoners van Rheden, Brummen en misschien ooit Rozendaal diezelfde vraag niet mogen beantwoorden?

Want als een gemeente van naam kan veranderen, van grenzen kan veranderen en misschien zelfs van identiteit kan veranderen, dan is het misschien niet vreemd om even aan de mensen te vragen die er wonen, werken, mopperen, honden uitlaten en iedere woensdag hun kliko buiten zetten.

Misschien is dat wel de meest ongemakkelijke vraag van allemaal.

Niet: durven gemeenten te fuseren?

Maar:

Durven politici de uitslag van hun eigen inwoners aan?

Want participatie is prachtig.

Inspraak is belangrijk.

Inwonersavonden met koffie en een schaal koekjes zijn gezellig.

Maar uiteindelijk blijft boven Rheden, Brummen en Rozendaal één vraag hangen:

Als het werkelijk ónze gemeente is…

waarom mogen wij dan niet stemmen over haar toekomst?

En tot die tijd blijft het een bijzonder schouwspel: gemeenten die aan elkaar snuffelen, Rozendaal dat nog even om zich heen kijkt, bestuurders die spreken over draagvlak en inwoners die vanaf de zijlijn denken:

“Interessant allemaal. Maar wanneer mogen wij eigenlijk een keer echt iets zeggen?

De eerlijkheid gebiedt te zeggen: misschien is een referendum niet het einde van de discussie.

Maar het zou wel een mooi begin van het gesprek kunnen zijn. Want soms past democratie verrassend goed in een stemhokje. Zelfs als bestuurskracht liever in een vergaderzaal zit.

Alma Veritas

( kritisch met een knipoog)